Aanspreken
B1commonZipf 3.5
werkwoord
aanspreken
Verb/'ansprekən; 'ansprekə/infinitief
aansprekentegenwoordige tijd
spreek aanaanspreekspreekt aanaanspreektspreken aanaansprekenverleden tijd
sprak aanaansprakspraken aanaansprakentegenwoordig deelwoord
aansprekendaansprekende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.