Hanteren
B1commonZipf 3.3
werkwoord
hanteren
Verb/hɑn'terən; hɑn'terə/infinitief
hanterentegenwoordige tijd
hanteerhanteerthanterenverleden tijd
hanteerdehanteerdentegenwoordig deelwoord
hanterendhanterende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.