NEDERLANDS
🇩🇪

    Nagel

    A2commonZipf 3.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de nagel

      Substantiv/'naɣəl/

      enkelvoud

      nagelnageltje

      meervoud

      nagelennagelsnageltjes
    • nagelen

      Verb/'naɣələn; 'naɣələ/

      infinitief

      nagelen

      tegenwoordige tijd

      nagelnageltnagelen

      verleden tijd

      nageldenagelden

      tegenwoordig deelwoord

      nagelendnagelende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.