Nagel
A2commonZipf 3.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de nagel
Substantiv/'naɣəl/enkelvoud
nagelnageltjemeervoud
nagelennagelsnageltjesnagelen
Verb/'naɣələn; 'naɣələ/infinitief
nagelentegenwoordige tijd
nagelnageltnagelenverleden tijd
nageldenageldentegenwoordig deelwoord
nagelendnagelende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.