Opblijven
A2commonZipf 3.4
werkwoord
opblijven
Verb/'ɔblɛɪvən; 'ɔblɛɪvə/infinitief
opblijventegenwoordige tijd
blijf opopblijfblijft opopblijftblijven opopblijvenverleden tijd
bleef opopbleefbleven opopbleventegenwoordig deelwoord
opblijvendopblijvende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.