Overlap
B2uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; deels samenvallen met; met een of meer lappen bedekken
de overlap
Substantiv/'ovərlɑp/enkelvoud
overlapmeervoud
overlappenoverlappen
Verb/ovər'lɑpən; ovər'lɑpə/deels samenvallen met
infinitief
overlappentegenwoordige tijd
overlapoverlaptoverlappenverleden tijd
overlapteoverlaptentegenwoordig deelwoord
overlappendoverlappendeoverlappen
Verb/ovər'lɑpən; ovər'lɑpə/met een of meer lappen bedekken
infinitief
overlappentegenwoordige tijd
overlapoverlaptoverlappenverleden tijd
overlapteoverlaptentegenwoordig deelwoord
overlappendoverlappendeoverlappen
Verb/'ovərlɑpən; 'ovərlɑpə/opnieuw lappen
infinitief
overlappentegenwoordige tijd
lap overoverlaplapt overoverlaptlappen overoverlappenverleden tijd
lapte overoverlaptelapten overoverlaptentegenwoordig deelwoord
overlappendoverlappende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.