Raadplegen
A2commonZipf 3.4
werkwoord
raadplegen
Verb/'ratpleɣən; 'ratpleɣə/infinitief
raadplegentegenwoordige tijd
raadpleegraadpleegtraadplegenverleden tijd
raadpleegderaadpleegdentegenwoordig deelwoord
raadplegendraadplegende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.