Toeren
B1commonZipf 3.6
rit; wandeling; draai; rij; truc; karwei; beurt; geit; een rit maken; een tournee maken
de toer
Substantiv/'tur/rit; wandeling; draai; rij; truc; karwei; beurt
enkelvoud
toertoertjemeervoud
toerentoertjesde toer
Substantiv/'tur/geit
enkelvoud
toermeervoud
toerentoeren
Verb/'turən; 'turə/een rit maken; een tournee maken
infinitief
toerentegenwoordige tijd
toertoerttoerenverleden tijd
toerdetoerdentegenwoordig deelwoord
toerendtoerende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.