NEDERLANDS
🇩🇪

    Uitpraten

    A2commonZipf 3.9

    werkwoord

    • uitpraten

      Verb/'œytpratən; 'œytpratə/

      infinitief

      uitpraten

      tegenwoordige tijd

      praat uituitpraatpraten uituitpraten

      verleden tijd

      praatte uituitpraattepraatten uituitpraatten

      tegenwoordig deelwoord

      uitpratenduitpratende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.