Uitpraten
A2commonZipf 3.9
werkwoord
uitpraten
Verb/'œytpratən; 'œytpratə/infinitief
uitpratentegenwoordige tijd
praat uituitpraatpraten uituitpratenverleden tijd
praatte uituitpraattepraatten uituitpraattentegenwoordig deelwoord
uitpratenduitpratende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.