Uitrusten
A2commonZipf 3.9
rusten; van het nodige voorzien
uitrusten
Verb/'œytrʏstən; 'œytrʏstə/rusten
infinitief
uitrustentegenwoordige tijd
rust uituitrustrusten uituitrustenverleden tijd
rustte uituitrustterustten uituitrusttentegenwoordig deelwoord
uitrustenduitrustendeuitrusten
Verb/'œytrʏstən; 'œytrʏstə/van het nodige voorzien
infinitief
uitrustentegenwoordige tijd
rust uituitrustrusten uituitrustenverleden tijd
rustte uituitrustterustten uituitrusttentegenwoordig deelwoord
uitrustenduitrustende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.