Voorzitten
B2uncommonZipf 2.4
werkwoord
voorzitten
Verb/'vorzɪtən; 'vorzɪtə/infinitief
voorzittentegenwoordige tijd
zit voorvoorzitzitten voorvoorzittenverleden tijd
zat voorvoorzatzaten voorvoorzatentegenwoordig deelwoord
voorzittendvoorzittende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.