Zalf
A2commonZipf 3.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de zalf
Substantiv/'zɑlf/enkelvoud
zalfzalfjemeervoud
zalvenzalfjeszalven
Verb/'zɑlvən; 'zɑlvə/infinitief
zalventegenwoordige tijd
zalfzalftzalvenverleden tijd
zalfdezalfdentegenwoordig deelwoord
zalvendzalvende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.