Zweep
A2commonZipf 3.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de zweep
Substantiv/'zwep/enkelvoud
zweepzweepjemeervoud
zwepenzweepjeszwepen
Verb/'zwepən; 'zwepə/infinitief
zwepentegenwoordige tijd
zweepzweeptzwepenverleden tijd
zweeptezweeptentegenwoordig deelwoord
zwependzwepende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.