Common Noun

Singular Forms

'Haar' is een onbepaald zelfstandig naamwoord en wordt vaak gebruikt om naar iemands haar te verwijzen.

Definite (de/het)
het haar
"Ik heb lang haar."
Indefinite (een)
een haar
"Een haar is losgekomen."
Without Article
haar
"Haar is erg mooi."

Plural Forms

De meervoudsvorm 'haren' duidt op meerdere haren, bijvoorbeeld op de grond.

Definite (de)
de haren
"De haren op zijn hoofd zijn grijs."
Without Article
haren
"Er zijn haren op de grond."

Diminutive Form

het haartje
"Dat haartje is heel klein."

Het verkleinwoord 'haartje' verwijst vaak naar één enkel haar, meestal in een schattige of kwetsbare context.

informeel

Common Compounds

  • haarkleur

    "Zijn haarkleur is bruin."

    de kleur van het haar

  • haarlijn

    "Zijn haarlijn verschuift met de jaren."

    de lijn waar het haar begint op het hoofd

Common Word Combinations

  • lang haar

    "Ze heeft lang haar."

    Dit verwijst naar de lengte van het haar.

  • kort haar

    "Hij heeft kort haar."

    Dit verwijst naar het korte kapsel.

Important Notes

  • countability:Haar is meestal oncountable in het enkelvoud ('het haar'), maar in het meervoud ('de haren') verwijst het naar individuele haren.
  • register:Er is geen formeel/informeel verschil bij het gebruik van 'haar', het blijft hetzelfde in beide stijlen.
  • usage:'Haar' wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken en in de mode-industrie.