NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanbelde

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • aanbellen

      Verb/'anbɛlən; 'anbɛlə/

      infinitief

      aanbellen

      tegenwoordige tijd

      bel aanaanbelbelt aanaanbeltbellen aanaanbellen

      verleden tijd

      belde aanaanbeldebelden aanaanbelden

      tegenwoordig deelwoord

      aanbellendaanbellende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning