NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanbevelen

    A2commonZipf 3.6

    werkwoord

    • aanbevelen

      Verb/'anbəvelən; 'anbəvelə/

      infinitief

      aanbevelen

      tegenwoordige tijd

      beveel aanaanbeveelbeveelt aanaanbeveeltbevelen aanaanbevelen

      verleden tijd

      beval aanaanbevalbevalen aanaanbevalen

      tegenwoordig deelwoord

      aanbevelendaanbevelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.