NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanbinden

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • aanbinden

      Verb/'anbɪndən; 'anbɪndə/

      infinitief

      aanbinden

      tegenwoordige tijd

      bind aanaanbindbindt aanaanbindtbinden aanaanbinden

      verleden tijd

      bond aanaanbondbonden aanaanbonden

      tegenwoordig deelwoord

      aanbindendaanbindende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning