NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanboren

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • aanboren

      Verb/'anborən; 'anborə/

      infinitief

      aanboren

      tegenwoordige tijd

      boor aanaanboorboort aanaanboortboren aanaanboren

      verleden tijd

      boorde aanaanboordeboorden aanaanboorden

      tegenwoordig deelwoord

      aanborendaanborende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning