NEDERLANDS
🇬🇧

    Aangebroken

    commonZipf 3.6

    werkwoord

    • aanbreken

      Verb/'anbrekən; 'anbrekə/

      infinitief

      aanbreken

      tegenwoordige tijd

      breek aanaanbreekbreekt aanaanbreektbreken aanaanbreken

      verleden tijd

      brak aanaanbrakbraken aanaanbraken

      tegenwoordig deelwoord

      aanbrekendaanbrekende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.