NEDERLANDS
🇬🇧

    Aangelengd

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • aanlengen

      Verb/'anlɛŋən; 'anlɛŋə/

      infinitief

      aanlengen

      tegenwoordige tijd

      leng aanaanlenglengt aanaanlengtlengen aanaanlengen

      verleden tijd

      lengde aanaanlengdelengden aanaanlengden

      tegenwoordig deelwoord

      aanlengendaanlengende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning