NEDERLANDS
🇬🇧

    Aangeroepen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • aanroepen

      Verb/'anrupən; 'anrupə/

      infinitief

      aanroepen

      tegenwoordige tijd

      roep aanaanroeproept aanaanroeptroepen aanaanroepen

      verleden tijd

      riep aanaanriepriepen aanaanriepen

      tegenwoordig deelwoord

      aanroependaanroepende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning