NEDERLANDS
🇬🇧

    Aangroeien

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • aangroeien

      Verb/'anɣrujən; 'anɣrujə/

      infinitief

      aangroeien

      tegenwoordige tijd

      groei aanaangroeigroeit aanaangroeitgroeien aanaangroeien

      verleden tijd

      groeide aanaangroeidegroeiden aanaangroeiden

      tegenwoordig deelwoord

      aangroeiendaangroeiende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning