NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanhaalt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • aanhalen

      Verb/'anhalən; 'anhalə/

      infinitief

      aanhalen

      tegenwoordige tijd

      haal aanaanhaalhaalt aanaanhaalthalen aanaanhalen

      verleden tijd

      haalde aanaanhaaldehaalden aanaanhaalden

      tegenwoordig deelwoord

      aanhalendaanhalende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning