NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanleggen

    B1commonZipf 3.5

    werkwoord

    • aanleggen

      Verb/'anlɛɣən; 'anlɛɣə/

      infinitief

      aanleggen

      tegenwoordige tijd

      leg aanaanleglegt aanaanlegtleggen aanaanleggen

      verleden tijd

      legde aanaanlegdelegden aanaanlegden

      tegenwoordig deelwoord

      aanleggendaanleggende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.