Aanmeren
uncommonZipf 2.6
werkwoord
aanmeren
Verb/'anmerən; 'anmerə/infinitief
aanmerentegenwoordige tijd
meer aanaanmeermeert aanaanmeertmeren aanaanmerenverleden tijd
meerde aanaanmeerdemeerden aanaanmeerdentegenwoordig deelwoord
aanmerendaanmerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.