NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanmeren

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • aanmeren

      Verb/'anmerən; 'anmerə/

      infinitief

      aanmeren

      tegenwoordige tijd

      meer aanaanmeermeert aanaanmeertmeren aanaanmeren

      verleden tijd

      meerde aanaanmeerdemeerden aanaanmeerden

      tegenwoordig deelwoord

      aanmerendaanmerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.