NEDERLANDS
🇬🇧

    Aannemend

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • aannemen

      Verb/'anemən; 'anemə/

      infinitief

      aannemen

      tegenwoordige tijd

      neem aanaanneemneemt aanaanneemtnemen aanaannemen

      verleden tijd

      nam aanaannamnamen aanaannamen

      tegenwoordig deelwoord

      aannemendaannemende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning