NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanpoten

    uncommonZipf 2.1

    aanplanten; doorwerken

    • aanpoten

      Verb/'anpotən; 'anpotə/

      aanplanten

      infinitief

      aanpoten

      tegenwoordige tijd

      poot aanaanpootpoten aanaanpoten

      verleden tijd

      pootte aanaanpoottepootten aanaanpootten

      tegenwoordig deelwoord

      aanpotendaanpotende
    • aanpoten

      Verb/'anpotən; 'anpotə/

      doorwerken

      verleden tijd

      aanpoottenpootten aanpootte aanaanpootte

      tegenwoordig deelwoord

      aanpotendaanpotende

      voltooid deelwoord

      aangepoot

      gebiedende wijs

      poot aan

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning