Aanpraten
uncommonZipf 2.7
werkwoord
aanpraten
Verb/'anpratən; 'anpratə/infinitief
aanpratentegenwoordige tijd
praat aanaanpraatpraten aanaanpratenverleden tijd
praatte aanaanpraattepraatten aanaanpraattentegenwoordig deelwoord
aanpratendaanpratende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.