NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanpraten

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • aanpraten

      Verb/'anpratən; 'anpratə/

      infinitief

      aanpraten

      tegenwoordige tijd

      praat aanaanpraatpraten aanaanpraten

      verleden tijd

      praatte aanaanpraattepraatten aanaanpraatten

      tegenwoordig deelwoord

      aanpratendaanpratende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.