NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanranden

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • aanranden

      Verb/'anrɑndən; 'anrɑndə/

      infinitief

      aanranden

      tegenwoordige tijd

      rand aanaanrandrandt aanaanrandtranden aanaanranden

      verleden tijd

      randde aanaanrandderandden aanaanrandden

      tegenwoordig deelwoord

      aanrandendaanrandende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.