NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanreken

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • aanrekenen

      Verb/'anrekənən; 'anrekənə/

      infinitief

      aanrekenen

      tegenwoordige tijd

      reken aanaanrekenrekent aanaanrekentrekenen aanaanrekenen

      verleden tijd

      rekende aanaanrekenderekenden aanaanrekenden

      tegenwoordig deelwoord

      aanrekenendaanrekenende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning