Aanspelen
uncommonZipf 1.8
werkwoord
aanspelen
Verb/'anspelən; 'anspelə/infinitief
aanspelentegenwoordige tijd
speel aanaanspeelspeelt aanaanspeeltspelen aanaanspelenverleden tijd
speelde aanaanspeeldespeelden aanaanspeeldentegenwoordig deelwoord
aanspelendaanspelende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.