NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanspoelen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • aanspoelen

      Verb/'anspulən; 'anspulə/

      infinitief

      aanspoelen

      tegenwoordige tijd

      spoel aanaanspoelspoelt aanaanspoeltspoelen aanaanspoelen

      verleden tijd

      spoelde aanaanspoeldespoelden aanaanspoelden

      tegenwoordig deelwoord

      aanspoelendaanspoelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.