NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanstrijken

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • aanstrijken

      Verb/'anstrɛɪkən; 'anstrɛɪkə/

      infinitief

      aanstrijken

      tegenwoordige tijd

      strijk aanaanstrijkstrijkt aanaanstrijktstrijken aanaanstrijken

      verleden tijd

      streek aanaanstreekstreken aanaanstreken

      tegenwoordig deelwoord

      aanstrijkendaanstrijkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning