Aanvaart
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de aanvaart
Common noun/'anvart/enkelvoud
aanvaartmeervoud
aanvaartenaanvaren
Verb/'anvarən; 'anvarə/infinitief
aanvarentegenwoordige tijd
vaar aanaanvaarvaart aanaanvaartvaren aanaanvarenverleden tijd
voer aanaanvoervoeren aanaanvoerentegenwoordig deelwoord
aanvarendaanvarende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.