NEDERLANDS
🇬🇧

    Aanvliegen

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • aanvliegen

      Verb/'anvliɣən; 'anvliɣə/

      infinitief

      aanvliegen

      tegenwoordige tijd

      vlieg aanaanvliegvliegt aanaanvliegtvliegen aanaanvliegen

      verleden tijd

      vloog aanaanvloogvlogen aanaanvlogen

      tegenwoordig deelwoord

      aanvliegendaanvliegende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.