NEDERLANDS
🇬🇧

    Afbetaalde

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • afbetalen

      Verb/'ɑvbətalən; 'ɑvbətalə/

      infinitief

      afbetalen

      tegenwoordige tijd

      betaal afafbetaalbetaalt afafbetaaltbetalen afafbetalen

      verleden tijd

      betaalde afafbetaaldebetaalden afafbetaalden

      tegenwoordig deelwoord

      afbetalendafbetalende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning