NEDERLANDS
🇬🇧

    Afdronk

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de afdronk

      Common noun/'ɑvdrɔŋk/

      enkelvoud

      afdronk

      meervoud

      afdronken
    • afdrinken

      Verb/'ɑvdrɪŋkən; 'ɑvdrɪŋkə/

      infinitief

      afdrinken

      tegenwoordige tijd

      drink afafdrinkdrinkt afafdrinktdrinken afafdrinken

      verleden tijd

      dronk afafdronkdronken afafdronken

      tegenwoordig deelwoord

      afdrinkendafdrinkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning