NEDERLANDS
🇬🇧

    Afgebroken

    commonZipf 3.6

    werkwoord; adjectief

    • afbreken

      Verb/'ɑvbrekən; 'ɑvbrekə/

      infinitief

      afbreken

      tegenwoordige tijd

      breek afafbreekbreekt afafbreektbreken afafbreken

      verleden tijd

      brak afafbrakbraken afafbraken

      tegenwoordig deelwoord

      afbrekendafbrekende
    • afgebroken

      Adjective/'ɑfxəbrokən; 'ɑfxəbrokə/

      stellende trap

      afgebrokenafgebrokens

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.