Afgebroken
commonZipf 3.6
werkwoord; adjectief
afbreken
Verb/'ɑvbrekən; 'ɑvbrekə/infinitief
afbrekentegenwoordige tijd
breek afafbreekbreekt afafbreektbreken afafbrekenverleden tijd
brak afafbrakbraken afafbrakentegenwoordig deelwoord
afbrekendafbrekendeafgebroken
Adjective/'ɑfxəbrokən; 'ɑfxəbrokə/stellende trap
afgebrokenafgebrokens
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.