Afgeleerd
uncommonZipf 2.4
werkwoord
afleren
Verb/'ɑflerən; 'ɑflerə/infinitief
aflerentegenwoordige tijd
leer afafleerleert afafleertleren afaflerenverleden tijd
leerde afafleerdeleerden afafleerdentegenwoordig deelwoord
aflerendaflerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.