NEDERLANDS
🇬🇧

    Afgemeerd

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • afmeren

      Verb/'ɑfmerən; 'ɑfmerə/

      infinitief

      afmeren

      tegenwoordige tijd

      meer afafmeermeert afafmeertmeren afafmeren

      verleden tijd

      meerde afafmeerdemeerden afafmeerden

      tegenwoordig deelwoord

      afmerendafmerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning