NEDERLANDS
🇬🇧

    Afgeven

    B1commonZipf 3.7

    werkwoord

    • afgeven

      Verb/'ɑfxevən; 'ɑfxevə/

      infinitief

      afgeven

      tegenwoordige tijd

      geef afafgeefgeeft afafgeeftgeven afafgeven

      verleden tijd

      gaf afafgafgaven afafgaven

      tegenwoordig deelwoord

      afgevendafgevende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.