NEDERLANDS
🇬🇧

    Afhebben

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • afhebben

      Verb/'ɑfhɛbən; 'ɑfhɛbə/

      /aanhebben-of-aan-hebben

      infinitief

      afhebben

      tegenwoordige tijd

      heb afafhebhebt afafhebtheeft afafheefthebben afafhebben

      verleden tijd

      had afafhadhadden afafhadden

      tegenwoordig deelwoord

      afhebbendafhebbende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning