NEDERLANDS
🇬🇧

    Afhelpen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • afhelpen

      Verb/'ɑfhɛlpən; 'ɑfhɛlpə/

      infinitief

      afhelpen

      tegenwoordige tijd

      help afafhelphelpt afafhelpthelpen afafhelpen

      verleden tijd

      hielp afafhielphielpen afafhielpen

      tegenwoordig deelwoord

      afhelpendafhelpende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning