NEDERLANDS
🇬🇧

    Afkeren

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • afkeren

      Verb/'ɑfkerən; 'ɑfkerə/

      infinitief

      afkeren

      tegenwoordige tijd

      keer afafkeerkeert afafkeertkeren afafkeren

      verleden tijd

      keerde afafkeerdekeerden afafkeerden

      tegenwoordig deelwoord

      afkerendafkerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning