NEDERLANDS
🇬🇧

    Afleiden

    A2commonZipf 3.9

    werkwoord

    • afleiden

      Verb/'ɑflɛɪdən; 'ɑflɛɪdə/

      infinitief

      afleiden

      tegenwoordige tijd

      leid afafleidleidt afafleidtleiden afafleiden

      verleden tijd

      leidde afafleiddeleidden afafleidden

      tegenwoordig deelwoord

      afleidendafleidende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.