NEDERLANDS
🇬🇧

    Afpellen

    uncommonZipf 2.1

    van de schil ontdoen; uitkleden

    • afpellen

      Verb/'ɑfpɛlən; 'ɑfpɛlə/

      van de schil ontdoen

      infinitief

      afpellen

      tegenwoordige tijd

      pel afafpelpelt afafpeltpellen afafpellen

      verleden tijd

      pelde afafpeldepelden afafpelden

      tegenwoordig deelwoord

      afpellendafpellende
    • afpellen

      Verb/'ɑfpɛlən; 'ɑfpɛlə/

      uitkleden

      infinitief

      afpellen

      tegenwoordige tijd

      pel afafpelpelt afafpeltpellen afafpellen

      verleden tijd

      pelde afafpeldepelden afafpelden

      tegenwoordig deelwoord

      afpellendafpellende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning