Afroept
uncommonZipf 2.1
werkwoord
afroepen
Verb/'ɑfrupən; 'ɑfrupə/infinitief
afroepentegenwoordige tijd
roep afafroeproept afafroeptroepen afafroepenverleden tijd
riep afafriepriepen afafriepentegenwoordig deelwoord
afroependafroepende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.