NEDERLANDS
🇬🇧

    Afroept

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • afroepen

      Verb/'ɑfrupən; 'ɑfrupə/

      infinitief

      afroepen

      tegenwoordige tijd

      roep afafroeproept afafroeptroepen afafroepen

      verleden tijd

      riep afafriepriepen afafriepen

      tegenwoordig deelwoord

      afroependafroepende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning