NEDERLANDS
🇬🇧

    Afslepen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; werkwoord

    • afslijpen

      Verb/'ɑfslɛɪpən; 'ɑfslɛɪpə/

      infinitief

      afslijpen

      tegenwoordige tijd

      slijp afafslijpslijpt afafslijptslijpen afafslijpen

      verleden tijd

      sleep afafsleepslepen afafslepen

      tegenwoordig deelwoord

      afslijpendafslijpende
    • afslepen

      Verb/'ɑfslepən; 'ɑfslepə/

      infinitief

      afslepen

      tegenwoordige tijd

      sleep afafsleepsleept afafsleeptslepen afafslepen

      verleden tijd

      sleepte afafsleeptesleepten afafsleepten

      tegenwoordig deelwoord

      afslependafslepende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning