Afspelen
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het afspel
Common noun/'ɑfspɛl//spellen-of-spelen
enkelvoud
afspelmeervoud
afspelenafspelen
Verb/'ɑfspelən; 'ɑfspelə/infinitief
afspelentegenwoordige tijd
speel afafspeelspeelt afafspeeltspelen afafspelenverleden tijd
speelde afafspeeldespeelden afafspeeldentegenwoordig deelwoord
afspelendafspelende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.