Afzaagde
uncommonZipf 1.8
werkwoord
afzagen
Verb/'ɑfsaɣən; 'ɑfsaɣə/infinitief
afzagentegenwoordige tijd
zaag afafzaagzaagt afafzaagtzagen afafzagenverleden tijd
zaagde afafzaagdezaagden afafzaagdentegenwoordig deelwoord
afzagendafzagende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.