Afzagen
uncommonZipf 2.2
werkwoord; werkwoord
afzien
Verb/'ɑfsin/infinitief
afzientegenwoordige tijd
zie afafzieziet afafzietzien afafzienverleden tijd
zag afafzagzagen afafzagentegenwoordig deelwoord
afziendafziendeafzagen
Verb/'ɑfsaɣən; 'ɑfsaɣə/infinitief
afzagentegenwoordige tijd
zaag afafzaagzaagt afafzaagtzagen afafzagenverleden tijd
zaagde afafzaagdezaagden afafzaagdentegenwoordig deelwoord
afzagendafzagende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.